Ziektebeeld
Psychose

Wat is een psychose?


Mensen die een psychose doormaken, hebben ervaringen die bijzonder en overweldigend zijn. Ze komen alleen te staan in hun beleving van de werkelijkheid. Zo kunnen ze dingen horen, zien, voelen of ruiken die andere mensen niet waarnemen (hallucinaties). Ook kunnen ze ideeën hebben die sterk afwijken van wat de meeste mensen in hun omgeving vinden (wanen). Ze hebben bijvoorbeeld het idee dat ze achtervolgd worden, dat hun gedachten worden bestuurd, dat anderen hen kwaad willen doen of ze hebben het idee dat ze een bijzonder persoon zijn. Ook verward denken en handelen kunnen voorkomen bij mensen die een psychose hebben. Psychotische klachten bestaan in verschillende maten. Zo kan de ene persoon af en toe zijn of haar naam horen roepen of een schim zien, terwijl de andere persoon meerdere stemmen hoort die opdrachten geven. Terwijl de andere persoon volledig opgaat in dit idee en mensen probeert te ontwijken, zodat zijn of haar gedachten privé blijven.

Met dank overgenomen van:-wijzijnmind.nl

Wilt u graag eens met iemand praten?
Wij staan voor u klaar en reiken u graag de hand.

+-Meer lezen over psychose
+-Symptomen

Iemand met een psychose heeft last van één of meerdere symptomen. Deze symptomen kunnen we onderverdelen in positieve symptomen en negatieve symptomen. Positieve symptomen gaan over verschijnselen die als het ware bij iemands manier van denken en doen komen, zoals hallucinaties, wanen en verward denken en handelen. Negatieve symptomen gaan over gedrag dat juist is verdwenen of minder is geworden.


Positieve symptomen

• Hallucinaties

Mensen die hallucineren, horen, zien, voelen, proeven of ruiken dingen die anderen niet waarnemen. Het horen van stemmen komt het meest voor. Vaak zijn het negatieve stemmen die opdrachten geven of commentaar op het gedrag of op de persoon zelf. Soms voelen mensen van alles aan of in het lichaam. Bijvoorbeeld dat ze door onzichtbare handen naar achter worden geduwd of dat er beestjes over hen heenlopen. Hallucinaties komen veel voor in de bevolking, zo heeft 1 op de 10 mensen ooit een stem gehoord. Maar een klein deel heeft er zoveel last van dat ze niet meer kan functioneren op het werk of in de sociale omgeving. Zij of hun naasten zoeken dan vaak hulp bij de GGZ.

• 

Wanen

Wanen zijn overtuigingen of gedachten die niet gedeeld worden door de omgeving. Iemand die wanen heeft, houdt vast aan deze denkbeelden, hoe onterecht of vergezocht ze ook zijn. Een thema dat veel voorkomt is het gevoel van onveiligheid. Bekende wanen zijn paranoïde wanen, waarbij mensen denken dat ze worden achtervolgd of vergiftigd. Iemand met een betrekkingswaan kan denken dat bepaalde gebeurtenissen, zoals berichten op de televisie of radio, speciaal voor hem of haar zijn bedoeld. Ook grootheidswanen zijn vrij bekend. Mensen die daaraan lijden, denken bijvoorbeeld dat ze afgezant van God zijn, de president van de Verenigde Staten of dat ze een speciale missie en speciale gaven hebben.



• Verward denken en handelen

In een psychose kan het denken chaotisch, te snel, of te langzaam verlopen. De persoon heeft moeite om gedachten te organiseren. De gedachten zijn onsamenhangend en moeilijk te sturen, waardoor iemand anders gaat praten en reageren, moeite heeft anderen te begrijpen en de kern in andermans verhaal te snappen. Het kan zijn dat iemand aan één stuk doorratelt, van de hak op de tak springt of de woorden van een ander precies nazegt. Daarnaast kan het gevoelsleven in de war zijn. Iemand kan gaan lachen of huilen op momenten die voor andere mensen niet goed te volgen zijn. Ook kunnen mensen zich tijdens een psychose angstig of somber voelen, snel boos worden of zich emotioneel uit balans voelen.

Negatieve symptomen
Voorbeelden van negatieve symptomen zijn: 
- weinig tot niet praten
- motivatieproblemen
- vervlakking van de uitdrukking van gevoelens

• Cognitieve achteruitgang
Mensen met een psychose ervaren ook vaak klachten met hun geheugen, concentratie en de manier waarop ze informatie verwerken. Dit noemen we cognitieve achteruitgang. Rondom de eerste psychose kan dit ontstaan. Soms keert het oude niveau terug en soms is deze achteruitgang in bepaalde mate blijvend. Het is vaak moeilijk om iemands cognitieve niveau vast te stellen. Want medicatiebijwerkingen en verminderde energie of motivatie (zoals bij negatieve symptomen) hebben er ook invloed op.

• Functioneren
Vooral de negatieve symptomen en cognitieve achteruitgang kunnen effect hebben op het functioneren. Voor de positieve symptomen geldt dat minder. Voor veel mensen met een psychotische stoornis is het een uitdaging om goed te functioneren op het gebied van sociale contacten, school en werk. Wanneer het lukt om dit te behouden of te verbeteren, is de kans op goed herstel beter.

• Voortekenen van een psychose
Als iemand een psychose heeft, blijken er achteraf in veel gevallen voortekenen te zijn geweest van een naderende psychose. Zoals lichte achterdocht, vage hallucinaties, de neiging om zich te isoleren, concentratieproblemen en minder goed presteren in het dagelijks leven. De meeste psychosen ontstaan langzaam. Tegenwoordig wordt geprobeerd om een voorstadium bij mensen op tijd te ontdekken en hen te helpen.

• Niet altijd ziektebesef
Iemand met een psychose vindt niet altijd dat hij of zij ziek is en hulp nodig heeft. Dit kan het moeilijk maken om een behandeling aan te gaan of vol te houden.

+-Oorzaken

Lichamelijke oorzaken

Soms is er een duidelijke lichamelijke oorzaak aan te wijzen waardoor een psychose ontstaat. Zoals hoge koorts of een zware operatie. Ook vrouwen kunnen door hormonale schommelingen een zwangerschapspsychose of een postpartum psychose krijgen. Maar meestal is er niet één specifieke oorzaak aan te wijzen bij het ontstaan van een psychose en gaat het om een samenspel van factoren. Er wordt vanuit gegaan dat bepaalde genetische en omgevingsfactoren ervoor zorgen dat iemand een grotere kans heeft om een psychose te krijgen. Hieronder noemen we voorbeelden van genetische kwetsbaarheid en omgevingsfactoren.


Genetische kwetsbaarheid

Psychose komt voor in de directe familie of iemand heeft een genetische afwijking.


Omgevingsfactoren

Complicaties bij de geboorte, ingrijpende of traumatische gebeurtenissen (zoals misbruik, mishandeling, gepest zijn, het overlijden van een dierbare of een verbroken relatie), migrant zijn, opgroeien in de stad of opgroeien in een achterstandswijk. Ook drugsgebruik (vooral langdurig cannabisgebruik) kan bij mensen een psychose uitlokken.

Zowel voor de genetische als de omgevingsfactoren geldt: geen enkele factor is noodzakelijk om een psychose te ontwikkelen. Iemand kan dus psychotisch worden zonder iemand in de familie met psychose te hebben. Alle factoren vergroten slechts de kans.

+-Behandelingen

De diagnose psychose wordt gesteld door een arts (bijvoorbeeld een psychiater of geriater) of psycholoog (bijvoorbeeld een gz-psycholoog of klinisch psycholoog). Diegene beschrijft in de diagnose details over de psychose kwetsbaarheid en gaat ook in op iemands krachten en veerkracht. Dit alles, samen met de voorkeuren van de cliënt, bepaalt de behandeling. De behandeling kan zich richten op het verminderen van klachten, het leren omgaan met kwetsbaarheden en het verbeteren van het functioneren. Ook besteedt de behandeling vaak aandacht aan het lichaam, de leefstijl, de identiteit, sociale contacten en veelvoorkomende andere klachten (zoals trauma, middelengebruik, en meer).

Klinische opname
Een klinische opname kan nodig zijn om de behandeling op te starten, omdat dit soms niet goed lukt als iemand thuis is. De opname kan ook helpen om de thuissituatie even te ontlasten of iemand en diens naasten even te beschermen tegen bepaalde gevolgen van de psychose.

Medicijnen en gespreksbehandelingen
Zowel medicijnen als gespreksbehandelingen zijn zinvol. Denk hierbij op de eerste plaats aan antipsychotische medicatie en cognitieve gedragstherapie. Dit werkt voor veel mensen goed bij hallucinaties en wanen. Maar het werkt niet voor iedereen, en dat is niet vooraf te voorspellen. Het is per persoon daarom vaak zoeken naar de beste behandeling met de minste bijwerkingen.

Aanvullende hulpvormen
Naast deze behandelvormen is het ook nuttig om lotgenotencontact te hebben, familie-interventies, steun bij het zoeken of volhouden van studie en werk en de nodige behandeling voor bijkomende problemen. Veel van deze behandelvormen blijven nuttig en behulpzaam, ook al is de psychose zelf voorbij. Het eigen leven vormgeven vanuit eigen regie is niet voor iedereen met psychosegevoeligheid vanzelfsprekend, maar moet zoveel mogelijk ondersteund worden door een breed pakket aan hulp.

+-Tips voor familieleden

Stimuleer hulp te zoeken
Twijfel je of jouw naaste last heeft van een psychose? Stimuleer de ander altijd om professionele hulp te zoeken. De kans op herstel is namelijk het grootst als psychotische verschijnselen in een vroeg stadium worden herkend en behandeld. Laat jouw naaste weten dat je om hem of haar geeft en bespreek jouw zorg. Geef aan dat het volgens jou een goed idee is om bij de huisarts langs te gaan. Dit is de eerste stap naar professionele hulpverlening. Hij of zij kan het als steunend ervaren als jij meegaat naar deze afspraak. Iemand met een psychose is niet altijd te overtuigen dat hij of zij hulp nodig heeft. Aandringen heeft dan geen zin. In contact blijven wel. Probeer in gesprek te blijven over waar jouw naaste de meeste last van heeft en bij het feit dat hij of zij steeds meer alleen komt te staan. En wat daarbij zou kunnen helpen.

Krijg inzicht in psychosegevoeligheid
Door je te verdiepen in de achtergronden, de symptomen en de aanpak van psychosegevoeligheid leer je wat een psychose inhoudt. Hierdoor begrijp je het wat beter en kan je beter met je naaste omgaan. Bij sommige behandelingen worden psycho-educatie en cursussen voor naasten aangeboden. Je krijgt dan informatie en voorlichting over psychose en tips en handvatten over hoe ermee om te gaan. Vaak is er ruimte om ervaringen uit te wisselen.

Blijf nauw betrokken
Als jouw naaste zich anders en vreemd gedraagt, is het belangrijk om zo goed mogelijk met hem of haar in contact te blijven. Voor jou zijn de stemmen of gedachten vreemd, maar jouw naaste ervaart ze echt. Ga er daarom niet tegenin en luister naar wat de ander zegt. Dit betekent niet dat je hem of haar overal gelijk in geeft. Creëer ruimte, zodat hij of zij zich open kan stellen. Stel vragen over zijn of haar gevoelens en gedachten. En vraag waar de ander behoefte aan heeft. Doe dit zonder jezelf op te dringen. Probeer je woordkeuze neutraal te houden en geef geen waardeoordeel. Het kan zijn dat jouw naaste het fijn vindt om gerustgesteld te worden. Bijvoorbeeld omdat hij of zij angstig is en het lastig vindt hier duidelijk over te vertellen. Als de ander zich door jou bedreigd voelt of geen interesse toont in wat jij vertelt, bedenk dan dat dit door de psychose komt. De ander is nu niet helemaal zichzelf.

Communiceer duidelijk en eerlijk
Jouw naaste kan door de psychose in de war zijn of het lastig vinden om zich te concentreren. Wil je hem of haar iets vragen of vertellen? Doe dit dan zo helder en kort mogelijk. Stel ook niet meerdere vragen tegelijk. Wees tegelijkertijd eerlijk als jij de ander niet goed volgt of begrijpt.

Help mee aan het opbouwen van structuur
Iemand die psychosegevoelig is, kan veel baat hebben bij structuur en een rustige vertrouwde omgeving. Dit zorgt voor houvast en overzicht. Na een psychose is het lastig om het dagelijkse leven weer op te pakken. Bied jouw naaste aan om te helpen bij het bedenken en volhouden van een dagindeling. Zoals iedere dag rond dezelfde tijd opstaan, eten en slapen. Ook school of werk, activiteiten in de vrije tijd of een behandeling kunnen bijdragen aan een dagstructuur. Daarnaast helpt het als jij je dagelijkse dingen blijft doen en van de ander verwacht dat hij of zij gewoon meedoet. Bovendien normaliseer je daarmee de wereld waarin je naaste leeft.

Werk samen met de hulpverlening
Uit onderzoek blijkt dat familie en naasten een belangrijke rol hebben in het verkleinen van de kans op een nieuwe psychose. De grootste kans op herstel is als cliënt, naaste en hulpverlener samenwerken. Dit noemen we triadisch werken. Deel met de hulpverlening alle informatie waarvan jij denkt dat dit belangrijk is. Bespreek hoe jij kan en wil bijdragen en wat jij daarbij aan ondersteuning nodig hebt. De triadekaart van MIND Ypsilon helpt hierbij. Ook kan je samen met jouw naaste en de hulpverlening een signaleringsplan of crisisplan opstellen. In een signaleringsplan staan de signalen die wijzen op een terugval. En op welke manier die te voorkomen is. In een crisisplan staat wat er wel of juist niet moet gebeuren bij een terugval. Deze plannen geven jouw naaste regie over de behandeling en jou duidelijkheid over jouw rol. Daarnaast staan er dingen in over onder andere herstel, ontwikkeling en het krijgen van steun.

Stel verwachtingen bij en heb aandacht voor wat goed gaat
Hoe graag je het zou willen, ga er niet vanuit dat een behandeling alles snel ‘oplost’. Vaak gaat het om een langer proces met vallen en opstaan. Psychosegevoeligheid is meestal niet volledig te verhelpen. Hulpverleners hebben hulpmiddelen, maar kunnen niet alles. Zo hangt het ook af van hoe actief de cliënt deelneemt aan de behandeling. Heb ook aandacht voor dingen die goed gaan en benoem ze. Moedig eigen initiatief aan en wees blij met kleine stappen. Jouw naaste kan (tijdelijk) veranderen door een psychose. Daar mag je verdrietig om zijn.

Bedenk dat iemand niet de psychose is
Hoewel een psychose ingrijpend is, is iemand niet zijn aandoening. Natuurlijk maakt de stoornis onderdeel van hem of haar uit, maar de ander is nog zoveel meer. Bijvoorbeeld moeder of vader, zoon of dochter. Het kan helpen wanneer jij dit af en toe uitspreekt.

Zorg goed voor jezelf
Zorg in de eerste plaats goed voor jezelf. Want als jij je goed voelt, kan je er beter voor de ander zijn. Cijfer jezelf niet weg en blijf dingen doen waarvan je energie krijgt en ontspant. Ontspanningsoefeningen kunnen hierbij helpen. Onderhoud ook het contact met anderen. Erover praten lucht op.

Geef je grenzen aan
Goed voor jezelf zorgen kan niet zonder je grenzen aan te geven. Maak duidelijk wat je wel en wat je niet kan of wil. Maar ook wat jij van de ander verwacht en stel kaders. Het is misschien even wennen, maar het stellen van grenzen helpt je mentaal gezond te blijven. Naast het stellen van jouw grenzen, is het net zo belangrijk om ze te bewaken. Stel dus grenzen die je waar kan maken. Je grenzen mogen anders zijn bij verschillende fases van je naaste. Midden in een heftige psychose stel je de grenzen misschien anders dan wanneer je naaste niet meer in de psychose zit, maar bijvoorbeeld wel erg inactief is. Gevaarlijk of zeer onaangenaam gedrag moet je altijd blijven begrenzen.

Heb aandacht voor kinderen in het gezin
Zijn er kinderen in het gezin? Zijn er broers en zussen? Of is je naaste met psychosegevoeligheid je partner en hebben jullie kinderen? Kinderen merken bijna altijd dat er iets aan de hand is, ook al lijkt dat soms niet zo. Leg uit wat er met hun broer/zus of vader/ moeder aan de hand is. Vertel dat dit niet door hen komt. Uitleg draagt bij aan het ontwikkelen van strategieën om er goed mee om te gaan. Geef aan dat jouw kinderen erover mogen praten en vragen mogen stellen. Het is belangrijk dat kinderen gezien en gehoord worden door de ouders en dat gevoelens er mogen zijn. Zorg ervoor dat je kinderen genoeg afleiding hebben buitenshuis, weg van de spanning. Blijf met het hele gezin leuke dingen ondernemen en heb aandacht voor de verhalen en behoeftes van je kinderen. Zo zorg je ervoor dat niet alles om de psychosegevoeligheid draait.

Vraag hulp en neem hulp van anderen aan
Als naaste kan jij ook behoefte hebben aan ondersteuning. Vind je het lastig om anderen om hulp te vragen? Weet dat in de meeste gevallen vrienden en familieleden graag helpen. Heb jij het door de situatie moeilijk? Aarzel dan niet om professionele hulp te zoeken. Voor kinderen in het gezin kan preventieve hulp helpen met de situatie om te leren gaan. Naar de huisarts gaan is de eerste stap om professionele hulp te vragen. Jouw huisarts kan je ondersteunen om op de been te blijven en je adviezen geven over hoe je het beste voor je naaste zorgt. Hij of zij verwijst je door voor passende hulp als dat nodig is. Ga ook bij lichamelijke of ‘vage’ klachten op tijd naar de huisarts. Heeft de situatie effect op je werk of opleiding? Praat erover met je werkgever of decaan/ zorgcoördinator van je school of opleiding. Vraag om begrip en praktische ondersteuning.

Zoek contact met andere naasten
Het delen van ervaringen met andere naasten zorgt vaak voor erkenning en ‘lucht’ om met de situatie om te gaan. Veel mensen vinden het steunend om te ervaren dat ze niet de enige zijn. Daarnaast kunnen anderen je misschien op weg helpen met de aanpak van problemen. De kans is groot dat een ander iets soortgelijks heeft meegemaakt. Bezoek bijvoorbeeld een regioavond van Een Handreiking. Via de website Naasten in Kracht vind je informatie, tips, inspiratie en steun. Vooral van elkaar. Op de website van MIND Ypsilon bind je informatie over lotgenotencontact.

Zoek steun bij u in de buurt


Vereniging Een Handreiking organiseert regioavonden in heel Nederland voor naasten van mensen met psychische klachten, ook bij u in de buurt.


Stoornissen

Meer stoornissen

Klik op de stoornissen voor meer informatie.

Wilt u Vereniging Een Handreiking steunen?
Uw donatie is meer dan welkom en betekent
heel veel voor dierbaren.

Ik wil doneren ›